Nederlands

Leerkrachten: G. Brusselmans, L. Debremaeker, W. De Cock, A. De Smet, D. Gemballa, E. Hanssens, M. Senden
Aantal uren 1e jaar: 5
Aantal uren 2e jaar: 4
Handboeken: Markant

Opmerkingen: 

De verschillende vakonderdelen:

1. Luisteren / spreken / kijken

Luisteren en spreken horen nauw bij elkaar. De beeldtaal is vandaag nadrukkelijk aanwezig. Daarom wordt ook de kijkvaardigheid van de kinderen ontwikkeld.

2. Taal- en studievaardigheid

Taalvaardigheid wordt al spelend ontwikkeld, maar spelen met taal is meer dan een spel.

Zeker in het eerste leerjaar van het secundair onderwijs is "leren leren" essentieel. Ordenings- en schematiseringstechnieken worden systematisch behandeld. Ook het omgaan met allerlei naslagwerken (woordenboeken, encyclopedie, telefoongids...) komt zeker aan bod.

3. Lezen

In deze lessen wordt de leeshonger van de leerlingen gestimuleerd. Ze leren een tekst naar waarde schatten en ervan genieten. De thema's sluiten aan bij de levenservaring en de maatschappelijke interesses van twaalfjarigen. De opdrachten zijn vooral gericht op een beter begrijpen van de tekst en op het inzicht in der structuur ervan.

Van poëzie mag men gewoon genieten. De gedichten zijn rustpunten in een zee van letters en lessen. Niet elk gedrukt woord hoeft tot opdrachten, taken of vragen te leiden.

4. Schrijven

In de schrijflessen leren de kinderen een schrijfplan opstellen. Naast creatieve schrijfopdrachten waarin ze met hun fantasie, ervaringen of originaliteit kunnen werken, leren ze ook formulieren invullen, antwoorden nauwkeurig formuleren...

5. Taalgebruik en taalbeschouwing

Taalbeschouwing heeft met alle taalvaardigheden te maken. Het is meer dan woordbenoeming en zinsleer. Er wordt met de leerlingen gepraat over vormverschijnselen, betekenissen en situaties waarin de taal gebruikt wordt.

6. Spelling

Spellingvastheid moet groeien. Het werk van de lagere school wordt voortgezet. Ook aan het schrijven van de werkwoordsvormen wordt veel aandacht besteed. Wondermiddeltjes voor foutloos schrijven worden niet aangeboden. Dit kan enkel als de wil daartoe aanwezig is.

7. Dictees

Om de twee à drie weken krijgen de leerlingen een dictee dat tot doel heeft de leerling te oefenen in het goed en nauwkeurig opnemen van gesproken tekst.

Leerlingen leren de taal ontdekken en ervan te houden. Ze zijn actieve deelnemers. Taalonderwijs wordt steeds meer communicatief onderwijs. Daarbij gaat veel aandacht naar de taal als middel tot informatieoverdracht. Het spelelement wordt - zeker in het eerste jaar - als een belangrijk principe gehanteerd.